E. Cuniculi

E. cuniculi is een eencellige parasiet die zich huisvest in de cellen van zijn gastheer. Alle zoogdieren kunnen besmet worden, maar de ziekte wordt voornamelijk gezien bij het konijn.

De ziekte wordt overgedragen door direct contact tussen besmette dieren of door contact met besmet omgevingsmateriaal. Het merendeel van de konijnen die besmet is met de parasiet heeft hier geen klachten van. Wanneer er wel verschijnselen ontstaan is dit meestal na een stressvolle gebeurtenis of wanneer het afweersysteem van het dier om een andere reden verminderd is.


Verschijnselen
Verschijnselen ontstaan doordat de parasiet zich vermenigvuldigd in de gastheercel wat er toe leidt dat deze stuk gaat en een ontstekingsreactie ontstaat. Bij het kapot gaan van de cel komen de infectieuze sporen van de parasiet vrij waardoor de infectie zich verder kan verspreiden. Het verloop van de ziekte is chronisch waarbij verschijnselen pas na enkele maanden ontstaan. De organen die het meest worden aangetast door de parasiet en die voor de meest voorkomende verschijnselen zorgen zijn het centrale zenuwstelsel, de nieren en het oog.


Centrale zenuwstelsel
De meest voorkomende verschijnselen bestaan uit een scheve kop, omvallen/omrollen, rondjes draaien, afwijkende oogbewegingen en een afwijkende gang. Daarnaast vertonen sommige konijnen toevallen en spiertrillingen die aanvalsgewijs kunnen optreden. Ook kan zwakte of zelfs verlamming van de achterhand worden waargenomen. In zeldzame gevallen treden door aantasting van de hersenen ook gedragsveranderingen op.

Andere ziekten die dit type verschijnselen kan veroorzaken zijn hersenvliesontsteking, middenoorontsteking of een tumor in de hersenen. Deze eerste kan veroorzaakt worden door bacteriën, virussen of parasieten (Toxoplasma).


Nieren
De nieren hebben een enorme reservecapaciteit, hierdoor wordt een verminderde nierfunctie pas relatief laat aan de buitenkant zichtbaar. De verschijnselen die hierbij ontstaan zijn vaak weinig specifiek en bestaan onder andere uit sloomheid en verminderde eetlust. Verschijnselen van nierfalen worden bij konijnen slechts zelden gezien. Nierfalen bij konijnen kan naast E. cuniculi ook worden veroorzaakt door nierstenen of vergiftiging.


Ogen
Verschijnselen van een ontsteking in het oog worden meestal gezien bij jonge konijnen. Meestal beperkt de aandoening zich tot slechts één van de ogen. In de voorste oogkamer ontstaat dan een ontsteking die zich uit als een witte massa. Veelal in het zicht van deze konijnen hierdoor nauwelijks beperkt. Naast een ontsteking in de voorste oogkamer wordt bij sommige konijnen ook troebeling van de lens waargenomen.

Ontstekingen in de voorste oogkamer worden ook gezien bij bepaalde bacteriële infecties zoals Pasteurella multocida. Daarnaast kunnen dergelijke ontstekingen ontstaan door perforerend trauma waarbij het hoornvlies in zijn geheel doorboord wordt door een vreemd voorwerp.


Diagnostiek
Het vaststellen van E. cuniculi bij het levende konijn is heel erg lastig. Door middel van bloedonderzoek kan worden gekeken of er antilichamen tegen de parasiet aanwezig zijn. Wanneer het konijn ooit in aanraking is geweest met de parasiet zullen deze aanwezig zijn. Heel veel gezonde konijnen hebben daarom ook een aanzienlijke hoeveelheid antilichamen tegen deze parasiet in hun bloed. Door middel van bloedonderzoek kunnen we dus niet bewijzen dat E. cuniculi de veroorzaker is van de verschijnselen die het konijn op dat moment vertoont. Wanneer er echter geen antilichamen in het bloed te vinden zijn, kunnen we wel met vrij grote zekerheid uitsluiten dat E. cuniculi de boosdoener is.

Aangezien bloedonderzoek niet bewijzend is voor een actieve infectie wordt de diagnose E. cuniculi bij het konijn veelal gesteld op basis van het lichamelijk onderzoek en het uitsluiten van andere aandoeningen.

Wanneer een konijn wat verdacht wordt van E. cuniculi komt te overlijden kan door middel van sectie worden aangetoond dat de parasiet de veroorzaker is geweest van de verschijnselen. Hierbij kan de aanwezigheid van de parasiet worden aangetoond in de cellen van de hersenen en de nieren.


Behandeling
Er zijn geen medicijnen geregistreerd voor de behandeling van E. cuniculi bij het konijn. De meest effectieve behandeling bestaat uit het langdurig toedienen van antiparasitica. Hiervoor geven we Fenbendazole één keer per dag in een dosering van 20mg/kg. De behandeling moet ten minste 28 dagen worden voortgezet. Afhankelijk van de toestand van het konijn kan aanvullende medicatie of behandeling noodzakelijk zijn.

Design by Valleiweb