BMI voor konijnen

Bij mensen is de Body Mass Index (BMI) algemeen bekend. Het is het gewicht in verhouding tot de lichaamslengte en een goede maat voor over- of juist te weinig gewicht.

 

Bij konijnen bestond zoiets nog niet, terwijl ook daar obesitas (vetzucht) een belangrijk probleem lijkt te worden met grote gevolgen: gewrichtspijn, artrose, hartproblemen, bumble foot en omdat ze niet meer bij hun blindedarmkeutels kunnen: vitamine tekort en plakpoep (en dus in de zomer kans op vliegenmaden).


In het verleden gebruikten we de Body Condition Score, zoals bij honden en katten:
 
BMI konijn

Maar dat blijft gissen: de ene dierenarts kijkt anders dan de andere; een Vlaamse Reus is totaal anders dan een dwergje, een Angora heeft lange haren (verwarrend) en een Franse Hangoor heeft een grote wam. Tel je die mee of niet?

Veel beter is het om de Body Condition Score te combineren met het lichaamsgewicht (kg) gedeeld door de lengte van de voorpoot (elleboog t/m tenen in centimeter). De uitkomst moet tussen de 0,16 en 0,21 liggen voor het optimale gewicht. Tenminste: dit geldt voor de meeste volwassen konijnen. Onder de 0,16 betekent te mager en dan mag je dus wat meer lekkers geven. En boven de 0,21 betekent te dik en dus afvallen door meer te bewegen en anders te eten. Voor Vlaamse reuzen en dwergjes onder de anderhalve kilo gelden andere 'BMI’s', maar daar moet eerst verder onderzoek naar gedaan worden.
 
Eerst het eten: wij adviseren bikskorrels in plaats van gemengde granen. Biks zijn pellets waar alles in één soort brokje zit, zodat het konijn niet alleen de lekkere dingen kan uitzoeken en juist de vitamines en mineralen laat liggen. (Zeg nou zelf: als je mag kiezen tussen de hamburger of de salade....). Daarnaast: geef niet te veel voer (maximaal 20 gram per kg dier), zodat er genoeg 'trek' overblijft om veel hooi te eten. Hooi moeten konijnen zoveel kunnen eten als ze willen. Onbeperkt hooi van goede kwaliteit, weidehooi, kruidenhooi of tymothyhooi. Daar slijten hun tanden en kiezen mooi van, daar zit genoeg ruwe vezel in voor de goede werking van hun darmen en daar worden ze niet dik van. Ongeveer 50 gram groenvoer per kg konijn per dag en af en toe een snoepje of een klein stukje hard geworden brood mag natuurlijk best, maar alles met mate.  Brood is voor konijnen een dikmaker en in snoepjes en knabbelstaafjes zit veel suiker of honing.
 
Naast de juiste hoeveelheid voer geven is het belangrijk om meer te bewegen: sportschool voor konijnen is bijvoorbeeld een voederbal of –bord waardoor ze moeten werken voor hun brokjes. Maar op internet is ook te vinden hoe je ze leert voetballen, slalommen, springen over hindernissen, Of hoe je een doolhof van dozen, tunnels en mandjes maakt, waar ze tegelijk ook in kunnen graven of op kunnen klimmen. Er bestaat sinds kort zelfs een ‘konijnenschool”, zoiets als puppycursus, maar dan voor jonge en oude konijnen.
 
Net als mensen, honden en katten mogen konijnen die te dik zijn niet zomaar heel snel afvallen. Dat kan leververvetting veroorzaken. Het is beter om langzaam steeds minder brokjes en steeds meer hooi te geven en elke week te wegen. Een konijn mag 0,5 tot 1 % van zijn gewicht per week afvallen. Ook de conditie moet langzaam worden opgebouwd. Elke dag een klein beetje meer spelen en uitdagen en plezier maken!
Design by Valleiweb