Wormen bij het konijn

Tot voor kort werd vaak gezegd dat konijnen met wormen geïnfecteerd konden raken, maar ze van deze infectie geen last konden krijgen. Ondertussen blijkt het tegendeel waar te zijn.
Pinwormen
De pinworm (of Passalurus ambiguus) is één van deze wormen. Hij kan afwijkende keutels (te groot of te klein, soms met slijm) geven of een sloom konijn dat niet of nauwelijks wil eten. Soms kan de worm zelfs een obstructie of afsluiting van de darm veroorzaken. Hij leeft in de blinde darm (caecum) en wordt alleen met de blinde darmkeutels (caecotrofen) uitgescheiden. Caecotrofen zijn de zachtere keutels die in de vroege ochtend worden geproduceerd en die door het konijn worden opgegeten. Hierdoor besmet het konijn zichzelf opnieuw met deze worm.
 
Encephalitozoon cuniculi
Een andere belangrijke parasiet is geen worm, maar een protozo (eencellige parasiet): Encephalitozoon cuniculi (E. cuniculi). Dit is een lastige en gemene kiem, want hij is moeilijk aan te tonen, geeft veel verschillende ziektebeelden en is met medicijnen alleen te onderdrukken. Besmetting met deze parasiet gebeurt via de urine van konijn naar konijn, of voor de geboorte van moeder op kind. Na een eerste infectiefase komt de kiem in een slaapfase (latente fase): het konijn merkt er niets van en is ook niet ziek. Als het konijn echter stress of een andere ziekte heeft, kan de parasiet plotseling gaan vermeerderen (acute infectiestadium) en als dit langere tijd aanhoudt, spreken we van een chronische infectie. Tijdens dit stadium reageert het lichaam op de parasiet door ontstekingshaarden te maken, die diverse klachten veroorzaken.
 
Symptomen
E. cuniculi heeft een voorkeur om zich te nestelen in zenuwweefsel, zoals de hersenen of de ogen, in de zenuwen van de achterhand, de nieren en de blaas. In de hersens veroorzaakt de parasiet onder andere een scheve kop (torticollis of draainek), snelle bewegingen van de oogbol (nystagmus), epileptische aanvallen of torkelen/tollen (omrollen om de lengteas). In de achterpoten kunnen klachten ontstaan als een verzwakking van één of beide achterpoten, omvallen en slepen met de poten. Er wordt ook gedacht dat konijnen die niet gewoon kunnen stappen, maar altijd met twee achterpoten tegelijk huppen, ongemerkt geïnfecteerd zijn. Als E. cuniculi de nieren en de blaas aantast, veroorzaakt dit vaak veel drinken en veel plassen, incontinentie voor urine, een natte staart en een nat hok en soms huidontstekingen als gevolg van het lekken van urine. Een infectie in het oog kan leiden tot een witte neerslag, troebeling van de lens(cataract) en blindheid. Een geïnfecteerd konijn hoeft niet al deze symptomen tegelijkertijd te vertonen en deze symptomen kunnen ook talloze andere oorzaken hebben.
 
Diagnostiek
E. cuniculi is moeilijk aan te tonen, want bijna alle konijnen in Nederland, zowel gezond als en ziek, hebben antistoffen tegen deze parasiet. Dit wil zeggen dat ze ooit met de parasiet in contact zijn gekomen, maar het bewijst niet dat de klachten die ze op dit moment vertonen door de parasiet veroorzaakt worden. De sporen van de parasiet kunnen soms in de urine worden aangetoond, maar deze worden gemiddeld maar één keer per vier dagen via de urine uitgescheiden. Als er dus geen sporen in de urine te vinden zijn, sluit dit een infectie met E. cuniculi niet uit. De definitieve diagnose is alleen maar te stellen met behulp van pathologisch onderzoek, maar dit is alleen mogelijk na het overlijden van het konijn. Op het moment dat een konijn nog leeft, wordt er daarom gekozen om al bij een verdenking van een infectie met E. cuniculi het konijn te gaan behandelen. Hoe eerder de behandeling wordt gestart, hoe beter. Het is dus van belang om niet te lang te wachten met een bezoek aan een dierenarts! Als er langer gewacht wordt met de behandeling, zijn er al meer ontstekingshaarden ontstaan en wordt de prognose voor herstel slechter.
 
Behandeling
De behandeling bestaat uit twee tot drie maanden fenbendazole en aanvullende medicijnen, afhankelijk van de symptomen die het konijn vertoont. Met de behandeling wordt de parasiet niet gedood, maar worden de ontstekingen onderdrukt. De parasiet gaat dan terug in de latente fase (slapende toestand).
 
Preventie
Er wordt gelukkig veel onderzoek gedaan naar wormen en E. cuniculi en uw dierenarts blijft deze ontwikkelingen op de voet volgen. Het huidige advies voor wormen en voor E. cuniculi is: elk konijn twee keer per jaar gedurende 14 dagen te behandelen met tweemaal daags fenbendazole. Voor elk konijn dat ziek is geweest van E. cuniculi wordt geadviseerd om twee tot vier keer per jaar en bij een erge stresssituatie deze behandeling te herhalen. Ook wordt aanbevolen om de poep- en plasplek van het konijn dagelijks schoon te maken en het hok één keer per week te ontsmetten. Daarnaast wordt aangeraden om uw handen te wassen na elk contact met het konijn, aangezien E. cuniculi mensen met een verminderde afweer ook kan besmetten.

Design by Valleiweb