Titerbepalingen

Bij de meeste praktijken van de Dierenzorggroep is het mogelijk om met behulp van een bloedonderzoek (Vaccicheck) te bepalen of uw hond of kat nog voldoende antistoffen in het bloed heeft om te beschermen tegen verschillende ziekten.

Dit wordt ook wel een titerbepaling of titeren genoemd. Als de hoeveelheid antistoffen op het moment van bloedafname hoog genoeg is om te beschermen tegen deze ziekten, is het niet noodzakelijk om de vaccinatie op dat moment te geven. Hierdoor wordt de vaccinatie uitgesteld, en uw huisdier niet onnodig gevaccineerd.

Titeren is bij honden mogelijk voor Parvo, hondenziekte (Distemper) en besmettelijke leverontsteking (hepatitis). Voor de ziekte van Weil (Leptospirose) is titeren niet mogelijk, dus hiervoor is het advies om deze vaccinatie wel jaarlijks uit te voeren.
Bij katten kan er zowel getiterd worden op kattenziekte als niesziekte. De hoeveelheid niesziekte-antistoffen zegt helaas niets over de bescherming tegen niesziekte. Hierom is het advies om jaarlijks tegen niesziekte te blijven vaccineren.

Uitvoering
Indien u interesse heeft in een titerbepaling voor uw hond of kat, dan kunt u een afspraak maken bij een van de klinieken van de Dierenzorggroep. Tijdens de afspraak wordt een gezondheidscontrole bij uw huisdier uitgevoerd, waarbij gekeken wordt naar de belangrijkste lichaamsfuncties en eventuele problemen worden besproken. Vervolgens wordt bloed afgenomen voor de titerbepaling en indien u dit wenst de vaccinatie tegen de ziekte van Weil (hond) gegeven.

Aan het eind van de dag krijgt u de uitslag van het bloedonderzoek telefonisch te horen. Indien de titer van uw huisdier voldoende hoog is, hoeft hij of zij op dit moment niet gevaccineerd te worden. Wanneer de volgende titerbepaling wordt aangeraden, is afhankelijk van de hoeveelheid antistoffen in het bloed.

Indien de titer van uw huisdier onvoldoende is, kunt u een afspraak maken om de bijbehorende vaccinatie te geven. Vier weken na deze vaccinatie kan de titerbepaling herhaald worden, om te zien of de vaccinatie goed is aangeslagen. Op deze manier weten we precies of uw huisdier goed beschermd is, of dat opnieuw vaccineren (eventueel met een ander vaccin) nodig is.

Wanneer titeren
Titeren kan op elk moment plaatsvinden, zowel bij dieren die nog niet eerder gevaccineerd zijn als bij dieren die al wel vaccinaties hebben gehad. U kunt een titerbepaling gebruiken wanneer u uw huisdier niet onnodig wilt laten vaccineren. Ook is een titerbepaling nuttig om te bepalen of er gevaccineerd moet worden wanneer de vaccinatiegeschiedenis van uw huisdier onbekend is. Medische redenen om een titerbepaling uit te voeren zijn onder andere allergische reacties op vaccins en bij dieren die een auto-immuun ziekte hebben of hebben gehad.

Leeftijd
Titeren kan op elke leeftijd en moment gedaan worden. Van daaruit wordt gekeken wanneer een volgende titerbepaling en/of vaccinatie nodig is. Pups en kittens beschikken over antilichamen die ze van hun moeder hebben meegekregen (maternale antilichamen). Deze maternale antilichamen vangen het vaccin weg, waardoor het niet werkzaam is. Vanaf een leeftijd van 6 weken kan er getiterd worden om te kijken of deze maternale antilichamen al weg zijn, en of vaccineren dus mogelijk is. Zo lang de maternale antilichamen aanwezig zijn, zal er gemiddeld elke 2-3 weken getiterd worden om te bepalen wanneer deze laag genoeg zijn om te vaccineren. Alle pups en kittens uit één nest hebben verschillende afweersystemen, daarom is het nodig om de dieren afzonderlijk te titeren.

Bij een dier dat al gevaccineerd is, kan vanaf 4 weken na vaccinatie getiterd worden om te kijken of de vaccinatie is aangeslagen.

 

Design by Valleiweb