Spoelwormen bij de hond

Onze honden en katten kunnen getroffen worden door diverse soorten wormen. Wormen veroorzaken klachten bij hun gastheer, maar spoelwormen (ook wel rondwormen genoemd) vormen ook een bedreiging voor de gezondheid van mensen die met eieren van deze worm in aanraking komen.


Vandaar dat het belangrijk is om te weten wat deze wormen met uw huisdier doen en hoe voorkomen kan worden dat dieren én mensen met spoelwormen besmet raken. Honden en katten worden ieder besmet met een soortspecifieke spoelworm: Toxocara canis (T. canis) bij de hond en Toxocara cati (T.cati) bij de kat. In deze tekst zal aandacht besteed worden aan spoelwormen bij de hond.

Besmetting
Een hond kan op verschillende manieren besmet raken met T. canis, namelijk voor de geboorte via de placenta van de moederhond, via de moedermelk, via de opname van eieren en door de opname van larven die in een prooidier aanwezig zijn. Over het algemeen wordt aangenomen dat iedere pup die geboren wordt besmet is met spoelwormen. Spoelwormeieren komen in de omgeving via besmette honden, maar ook via vossen, wolven en andere wilde hondachtigen. Als een hond besmettelijke spoelwormeieren via de bek opneemt, komen larven uit de eieren vrij. Deze larven migreren vanuit de darm de bloedbaan in en komen onder andere in de luchtpijp en de longen terecht. Vanuit hier worden de larven opgehoest en na doorslikken komen ze in het maagdarmkanaal terecht waar ze in de dunne darm tot een volwassen worm ontwikkelen. De periode van opname van besmettelijke eieren totdat de volwassen wormen eieren gaan produceren duurt ongeveer 28 tot 39 dagen.

In volwassen honden blijft de cyclus van de spoelworm vaak steken bij de migratie door het lichaam en kapselen de larven zich in diverse organen in. Bij teven kunnen deze ingekapselde larven tijdens dracht en de periode van melkgift geactiveerd worden, waarna ze zich onder andere naar de placenta en de melkklieren verplaatsen. Puppy’s worden dus zowel in de baarmoeder als via de moedermelk met wormen besmet.

Knaagdieren kunnen besmettelijke larven in hun weefsels bevatten. Als een hond een besmet dier opeet, kunnen deze larven tot ontwikkeling komen. Zij zullen niet migreren en ontwikkelen zich in het maagdarmkanaal tot een volwassen worm.

Symptomen
Volwassen honden vertonen zelden klachten van een spoelworminfectie. Soms wordt chronische diarree gezien. Puppy’s kunnen echter overlijden als gevolg van een zware en onbehandelde spoelworminfectie. Milde infecties veroorzaken beperkte schade en leiden tot een gezwollen buik, wisselende diarree en groeivertraging. Zware infecties kunnen bij puppy’s echter binnen twee tot drie dagen na de geboorte leiden tot een levensgevaarlijke longontsteking als gevolg van de massale verplaatsing naar de longen van de pups. In de tweede of derde levensweek kunnen spoelwormen klachten geven als groeiachterstand, vermagering, buikpijn, braken, hoesten en verstopping.

Diagnose
Het aantonen van een infectie met spoelwormen vindt plaatst door middel van het vinden van wormeieren in de ontlasting van een hond. Bij zware infecties worden er zelfs spoelwormen in het braaksel of de ontlasting gevonden, wat een besmetting met spoelwormen direct bevestigd.

Behandeling
Volwassen spoelwormen kunnen gedood worden door de besmette hond te ontwormen, bijvoorbeeld met een product als Milbemax® (bevat milbemycine en praziquantel). Eventuele aanwezige klachten moeten symptomatisch behandeld worden, zoals medicatie tegen braken of pijnbestrijding.

Preventie
De meeste ontwormingsmiddelen werken alleen tegen volwassen wormen, waardoor de larven die in de weefsels van honden aanwezig zijn en de migratie van deze weefsels naar de placenta en melkklieren niet voorkomen kunnen worden. De belangrijkste manier om worminfecties te voorkomen is dus het behandelen van volwassen wormen. Hiermee wordt voorkomen dat deze wormen eieren maken die weer in de omgeving terecht kunnen komen. Voor puppy’s geldt het advies om hen op een leeftijd van twee, vier, zes en acht weken te ontwormen. Na acht weken leeftijd is het advies om elke maand te ontwormen tot een leeftijd van zes maanden. Voor honden vanaf zes maanden leeftijd is het advies om hen twee tot vier keer per jaar te ontwormen.  

Zoönose
Een ziekte die van dier op mens kan worden overgebracht, wordt ook wel zoönose genoemd. Mensen worden met spoelwormen besmet via besmettelijke eieren die in de omgeving aanwezig zijn, bijvoorbeeld in en op het gras of zandbakken waar ook honden of katten komen. Vooral kinderen zijn erg gevoelig voor besmetting met spoelwormen. Meestal ontstaan geen klachten, maar het is mogelijk dat larven in de lever en longen terecht komen, waardoor misselijkheid, buikpijn en hoesten ontstaan. Larven kunnen in uitzonderlijke gevallen ook in de ogen terechtkomen, wat leidt tot een ernstige aantasting van het gezichtsvermogen. Bij jonge kinderen wordt contact met spoelworm in verband gebracht met het ontwikkelen van allergische astma.

Om besmetting van mensen met spoelwormen te voorkomen, is het belangrijk om honden volgens het hierboven aangegeven schema te ontwormen, hondenpoep direct op te ruimen, honden bij voorkeur niet in de buurt van kinderspeelplaatsen uit te laten, na buitenspelen of tuinieren direct handen te wassen en zandbakken af te dekken.

Bronvermelding

 

  • Parasieten bij hond en kat, auteurs P.A.M. Overgaauw en E.Claerebout
  • Landelijk Informatiecentrum voor Gezelschapsdieren: www.licg.nl
Design by Valleiweb